Intercontinentale glasvezelverbindingen vormen de fundering van de wereldwijde digitale infrastructuur en zorgen voor snelle, lage-latentieconnectiviteit die cruciaal is voor economische ontwikkeling en nationale veiligheid. Landen breiden hun glasvezelnetwerken in hoog tempo uit om de digitale prestaties te verbeteren en de afhankelijkheid van door het buitenland gecontroleerde infrastructuur te verminderen.
Naast hun traditionele rol worden glasvezelnetwerken steeds meer strategische activa door de komst van fiber-sensing technologie. Deze innovatie stelt glasvezelkabels in staat om seismische activiteit te detecteren, de toestand van de oceanen te monitoren en fysieke verstoringen te identificeren, waardoor zowel de veiligheid van de infrastructuur als de monitoring van het milieu wordt verbeterd.
Dit roept echter ook vragen op over gegevensprivacy en ongeoorloofde toegang. Op geopolitiek niveau wordt het steeds urgenter om wereldwijde dataroutes te diversifiëren, aangezien een groot deel van het verkeer nog steeds via kwetsbare knelpunten zoals het Suezkanaal verloopt. Als reactie hierop onderzoeken landen en bedrijven alternatieve onderzeese routes, waaronder routes door het Noordpoolgebied, die mogelijk zijn geworden door het smeltende ijs. Deze routes bieden een betere redundantie en een lagere latentie tussen continenten, maar brengen ook nieuwe strategische spanningen met zich mee. Omdat glasvezelnetwerken steeds meer een geopolitieke rol krijgen, is het essentieel om hun robuustheid, soevereiniteit en dataveiligheid te garanderen.