



De afgelopen jaren heeft de volledige realisatie van de zogenaamde transformer-architectuur (een digitaal neuraal netwerk dat enorme hoeveelheden gegevens kan verwerken) het landschap van artificial intelligence (AI) volledig veranderd. De meeste AI-R&D richt zich tegenwoordig op Generatieve AI (GenAI), een subgebied dat computationele modellen gebruikt om tekst, afbeeldingen, video en audio te genereren.
In veel landen ontwikkelen door de overheid gefinancierde organisaties grote AI-modellen voor toepassingen in onderwijs, onderzoek en gezondheidszorg. Tegelijkertijd integreren steeds meer organisaties GenAI in hun producten en diensten voor commerciële doeleinden. Bedrijven zoeken naar real-world AI-toepassingen die onder andere efficiëntie bevorderen, terwijl ze tegelijkertijd streven naar een verantwoorde inzet van AI in die toepassingen. Zo is er bijvoorbeeld een toename in het gebruik van AI-Concierge, waarbij AI gebruikers, zoals hotelgasten, 24 uur per dag kan assisteren met vragen via populaire messaging-apps.
Een cruciale belemmering voor de inzet van GenAI is dat zowel consumenten als veel medewerkers onvoldoende kennis hebben van het opstellen en optimaliseren van prompts. Anders gezegd: een gebruiker moet weten welke instructies aan een GenAI-model moeten worden gegeven om het resultaat te verkrijgen. Agentic AI is hierdoor steeds prominenter geworden als oplossing voor gebruikers met beperkte AI-ervaring. Hierbij voert het AI-systeem autonoom vooraf bepaalde taken uit en is minimale menselijke supervisie nodig.
Grootschalige AI-modellen (die worden getraind met behulp van enorme datasets) worden steeds breder beschikbaar en toegankelijk, en de toepassingen rond deze modellen vinden steeds vaker hun weg naar het dagelijks gebruik. Ook andere nieuwe vormen van mens-computerinteractie (human-computer interaction; HCI) op basis van AI en concepten zoals AI Love (waarbij mensen persoonlijke en emotionele banden met AI-systemen aangaan) krijgen steeds meer aandacht.
Een belangrijk gevolg van de vooruitgang op het gebied van AI is dat het nu een belangrijk onderwerp van geopolitieke belangstelling en controverse is. In wezen is AI een belangrijk instrument in de politieke wereld en vertegenwoordigt het nu de grootste asset in het geopolitieke spel om AI-suprematie. Overheden investeren meer in de ontwikkeling van AI-modellen en ondersteunende infrastructuur, omdat ze zich willen profileren als AI-supermachten om het volledige potentieel van AI voor de bredere samenleving en de nationale veiligheid te realiseren. De race naar dominantie in AI lijkt helaas ten koste te gaan van verantwoorde en ethische AI-praktijken, waarbij het gaat om principes zoals trustworthiness (betrouwbaarheid), explainability (uitlegbaarheid) en human-centric AI (mensgericht ontwerp).